Unica Autismecoaching

Weerstand tegen verandering

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin

Er wordt vaak gezegd dat mensen met autisme niet of slecht tegen veranderingen kunnen.
Is dat zo?
En wat doe je eraan?

Bij ons thuis merk ik dat meer dan eens.

Zelfbedacht of opgelegd…

Van veel mensen hoor ik: “Maar als hij zelf bedenkt om het anders te doen, dan is het geen probleem!”

Het klinkt haast verwijtend. Dat het alleen zou lukken als ze het zelf willen.

Maar daar zit hem wel het verschil. Zelf bedenken dat je iets op een andere manier wil doen, betekent het zelf inrichten op een manier die jou past.

Als een ander het bedenkt dan wordt er verplicht dat je het opneemt in jouw systeem, maar dat gaat dan weer niet zomaar.

Het blijkt te helpen als er helder gemaakt kan worden wat en waarom er iets veranderd wordt.

Spijkerbroeken

Een voorbeeld van mijn zoon. Hij draagt maar 1 soort spijkerbroek. In lockdown-tijd is dat heel praktisch, want ik kan gewoon online die broek bestellen en hij is goed. Ook praktisch gezien het feit dat ik graag bij marktplaats winkel. Dan kan ik precies die broek voor minder scoren.

Dat is precies wat ik gedaan had: een broekenpakket met een aantal van zijn favoriete broeken. Ik geloof dat het 3 blauwe en 2 grijszwarte waren.

Het probleem was er toen ik op een dag weg was en zoon zich moest gaan aankleden. Manlief stond erbij met zijn handen in het haar. Er was geen broek. Huilend kreeg ik zoonlief aan de lijn: getergde papa en hijzelf in tranen. Hij had geen broek. Ik wist toch zeker dat er nog broeken in de kast moesten liggen. Om het probleem per direct even op te lossen heeft hij zijn broek die in de was zat weer uit de wasmand gehaald en aangedaan.

De volgende dag bij het aankleden ben ik eerst in zijn kast gaan kijken: nog 2 broeken! Op mijn vraag wat ermee was, zei hij dat ze niet goed waren. Ik wist zeker dat het de goede broeken waren, maar ze waren van een andere kleur.

Zoon draagt tot nu toe altijd blauwe broeken. Ik leg hem uit dat het echt dezelfde broeken zijn, maar dat hij niet gewend is aan de kleur. Ik laat hem de merkjes zien van de broek en trek hem de broek aan met de melding dat hij de broek tijdens het spelen aanhoudt en als hij dan niet lekker zit, hij hem uit mag trekken. De andere kleur staat hem eigenlijk best goed.

Al spelend vergeet hij wat hij aan zijn lijf heeft en hoera, de andere kleur is ingelijfd!

Slecht weer

Een schoolvoorbeeld: een kind heeft moeite met veranderingen. Als hij ervaart wat er anders is, kan hij er beter in meegaan. Er hangt bijvoorbeeld in de planning van de dag dat er buitengespeeld gaat worden. Alleen als het regent, wordt het kaartje vervangen door binnenspelen. Als de juf dit zomaar zou veranderen, gaat het kind door het lint.

De juf neemt hem steeds mee in de verandering: “Ga maar even buiten voelen.” Als het kind terugkomt en meld dat het regent, gaat hij samen met de juf het kaartje veranderen in binnenspelen.

Wie, wat, waar, wanneer, hoe

Uitleg geven over de verandering voorkomt spanning.

Weten wat er komt, wie het betreft, waar en wanneer het gaat gebeuren en op welke manier neemt onduidelijkheden weg.